Beck - Morning Phase
Posts tonen met het label Album Reviews. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Album Reviews. Alle posts tonen
zondag 10 augustus 2014
cd Beck - Morning Phase
cd Damien Jurado - Brothers & Sisters Of The Eternal Son
Damien Jurado - Brothers & Sisters Of The Eternal Son
Bron: Krenten uit de Pop Donderdag 23 Januari 2014
De Amerikaanse muzikant Damien Jurado ontdekte ik in 2000, toen zijn vierde plaat Ghost Of David verscheen. Ghost Of David was voor mij liefde op het eerste gehoor, maar sindsdien heeft Damien Jurado het me niet altijd even makkelijk gemaakt. 14 jaar na Ghost Of David heeft Damien Jurado, die in 1997 debuteerde, een fors maar grillig oeuvre op zijn naam staan. Bij iedere nieuwe plaat van de man weet je dat het een prachtplaat kan zijn, maar Damien Jurado slaat net zo makkelijk de plank mis. Na het prachtige Maraqopa uit 2012, misschien wel zijn beste plaat sinds Ghost Of David, duikt de singer-songwriter uit Seattle nu op met Brothers & Sisters Of The Eternal Son. De nieuwe plaat van Damien Jurado werd net als zijn zwaar bewierookte voorganger opgenomen met producer Richard Swift, maar is toch weer een hele andere plaat geworden. Waar invloeden uit de 70s psychedelica op Maraqopa nog redelijk subtiel aanwezig waren, bepalen deze invloeden uit Brothers & Sisters of the Eternal Son het geluid. De nieuwe plaat van Damien Jurado bevat een aantal tracks die zo kunnen worden toegevoegd aan het oeuvre van The Flaming Lips, maar Damien Jurado klinkt op Brothers & Sisters Of The Eternal Son ook als Pink Floyd, als Crosby, Stills & Nash, als The Beach Boys en als Fleet Foxes. Wanneer zoveel namen opduiken bij beluistering van een plaat (in Jericho Road hoor ik zelfs Deep Purple) is vergelijken eigenlijk zinloos en kun je maar het beste concluderen dat de muzikant vooral klinkt als zichzelf. Ook dat snijdt hout in het geval van Brothers & Sisters Of The Eternal Son, want de nieuwe plaat van Damien Jurado grijpt ook meerdere malen terug op het eigen oeuvre van de Amerikaan. Dat Damien Jurado op zijn nieuwe plaat ook totaal anders klinkt dan voorheen, is vooral de verdienste van Richard Swift, die al zijn productionele vaardigheden uit de kast heeft gehaald en flink uitpakt. Deze volle productie zal de liefhebber van de meer ingetogen muziek van Damien Jurado waarschijnlijk wel een aantal keer tegen het hoofd stoten, maar de liefhebber van knap geproduceerde platen vol invloeden, voelt zich bij beluistering van Brothers & Sisters Of The Eternal Son als een kind in een snoepwinkel. In de meeste tracks domineren de invloeden uit de 60s en 70s psychedelica. Doe je ogen dicht en je waant je op Woodstock, zeker wanneer Jurado kiest voor repeterende thema’s, funky bassen, handgeklap, trommeltjes en prachtige koortjes. En net als je denkt dat Damien Jurado op Brothers & Sisters Of The Eternal Son geen gas terug gaat nemen, volgen aan het einde van de plaat een aantal meer ingetogen tracks, die je mee terug nemen naar de man’s oudere werk. Tien tracks lang zorgt Damien Jurado voor een fascinerende muzikale tijdreis, met vooral stops in en rond de 'summer of love'. Een ieder die hierna nog meer wil kiest voor de luxe-versie met bonus-disc. Hierop pakt Damien Jurado het nog wat heftiger aan en sleept hij er een compleet vrouwenkoor bij. Ook deze bonus-disc is overigens prachtig. Na zoveel goede platen op rij durf ik wel alvast te voorspellen dat ook de volgende van Damien Jurado weer een hele mooie zal zijn, maar welke kant het op gaat? Ik heb echt geen flauw idee. Erwin Zijleman
cd - Birds Of Chicago - Live from Space
Birds of Chicago - Live from Space
Birds Of Chicago debuteerde precies twee jaar geleden met een titelloze plaat die ik uiteindelijk omschreef als 'de perfecte zondagochtendplaat die zich al snel op alle dagen van de week opdringt'. Het duo bestaande uit Allison Russell (Po’ Girl) en JT Nero (JT & The Clouds) maakte indruk met een rootsplaat die vrijwel het gehele palet van dit genre bestreek en die hiernaast opviel door gloedvolle vocalen en een enorme hoeveelheid plezier, die ook nog eens eenvoudig over sloeg op de luisteraar. Ondanks het bijzondere fraaie debuut en de vele (toch vooral) aangename zondagochtenden met Birds Of Chicago, was ik het tweetal eerlijk gezegd al weer vergeten, tot de nieuwe plaat van Bird Of Chicago opdook op de nummer 1 positie van de Euro-Americana Chart (http://euroamericanachart.eu/) van januari. De nieuwe plaat van Allison Russell en JT Nero blijkt een live-plaat. Dat is een opvallende keuze na het uitbrengen van slechts één studioplaat en ik moet eerlijk toegeven dat ik het op voorhand ook een teleurstellende keuze vond. Live From Space blijkt echter zo’n zeldzame live-plaat die iets toevoegt aan het geluid van een band en hierdoor meerwaarde heeft in het oeuvre van deze band, hoe klein dat oeuvre ook is. Allison Russell en JT Nero hebben zich er ook niet heel makkelijk van af gemaakt. Live From Space bevat 17 tracks, waarvan er slechts vier overlappen met het debuut van het tweetal. Live From Space bevat hiernaast gloednieuwe tracks en tracks uit het repertoire van de andere bands van Allison Russell en JT Nero. Het studio debuut van Birds Of Chicago viel al op door het enorme plezier waarmee werd gemusiceerd, maar bij beluistering van Live From Space spat het plezier er af. Allison Russell, JT Nero en hun medemuzikanten hadden er overduidelijk zin in op deze zomeravond in Chicago en staken ook nog eens in een grootse vorm. Birds Of Chicago laat zich nog altijd niet makkelijk in een hokje duwen. De muziek van de band verkent nog altijd alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en gaat net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de ingetogen folk als invloeden uit de dampende soul, terwijl de Amerikaanse landsgrenzen ook worden overschreden voor flirts met Caribische invloeden. Het debuut van het tweetal imponeerde al in vocaal opzicht, maar op Live From Space gaan alle vocale remmen los. Dat betekent dat er met heel veel power wordt gezongen en daar ben ik niet altijd gek op, maar de stemmen van Allison Russell en JT Nero zijn prachtig en weten elkaar ook nog eens fraai te versterken. De bijzonder competent spelende band doet de rest. Live From Space is uiteindelijk een plaat die de kracht van Birds Of Chicago niet alleen bevestigt maar ook versterkt. Dat doet zeer uitzien naar de volgende studioplaat van Allison Russell en JT Nero, maar ook deze live-plaat zal de komende tijd uitstekende zaken doen in de cd-speler. Ik was in eerste instantie vooral verbaasd dat mijn collega’s van de Euro-Americana Chart een live-plaat bovenaan de ranglijst hadden verkozen, maar inmiddels begrijp ik het volledig en voeg ik mijn stem graag toe. Heerlijke plaat. Punt. Erwin Zijleman
cd Noah Gundersen - Ledges
Noah Gundersen - Ledges
Bron: Krenten uit de Pop Zaterdag 15 Maart 2014Op zaterdag reserveer ik deze BLOG over het algemeen voor rootsplaten die in eigen beheer zijn uitgegeven en nog niet heel veel aandacht hebben weten te trekken. Noah Gundersen heeft een platencontract en heeft met Ledges tot dusver al redelijk wat aandacht gekregen; met name in Engeland waar de critici driftig met superlatieven strooiden voor een muzikant die volgens deze critici zomaar in de voetsporen van Ryan Adams zou kunnen treden. In Nederland is het tot dusver relatief stil rond Ledges en dat is zonde. Ledges is immers een fantastische plaat, die inderdaad wel wat doet denken aan de inmiddels al bijna vergeten Ryan Adams. Ledges is niet het debuut van Noah Gundersen. De muzikant uit Olympia, Washington, bracht in 2008 in eigen beheer al een plaat uit en heeft ook een live-plaat en een aantal EP’s op zijn naam staan. Ze zijn lang niet zo goed als zijn officiële debuut Ledges, dat direct vanaf de eerste noten indruk maakt en hier pas mee stopt wanneer de laatste noten van de laatste track al een tijdje zijn weggeëbd. Gundersen legt de lat direct hoog en opent met een deels a capella en een deels sober ingekleurde track, waarin hij samen met zus Abby verrast met doorleefde vocalen en een rootsgeluid dat is verrijkt met gospel. Invloeden uit de gospel hoor je vaker terug op Ledges. Noah Gundersen is afkomstig uit een zeer religieus gezin, waarin gospel lang de enige toegestane muziek was. Dat heeft zijn sporen nagelaten en geeft de Gundersen uiteindelijk een bijzonder eigen geluid. Na de eerste paar coupletten ben je verkocht en is het duidelijk dat Noah Gundersen met Ledges een hele bijzondere plaat heeft gemaakt. Het is een plaat die zich vooral laat beïnvloeden door Amerikaanse singer-songwriter muziek uit vervlogen tijden. Noah Gundersen slaagt er hierbij in om meerdere invloeden te combineren. Deze variëren van de al genoemde gospelinvloeden uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten tot invloeden uit de singer-songwriter muziek uit de Canyons rond Los Angeles, West Coast pop, countryrock uit de Californische woestijn en een vleugje modernere alt-country. Ledges is uitgebracht als een soloplaat van Noah Gundersen, maar de naam van zijn zus Abby had wat mij betreft ook best op de cover mogen prijken. Haar vioolspel geeft Ledges immers een prachtige melancholische ondertoon en hiernaast tillen haar achtergrondvocalen de zang van haar broer naar grote hoogten. Ledges is een pure plaat zonder poespas. Noah Gundersen maakt Amerikaanse rootsmuziek zonder echt verrassende uitstapjes, maar compenseert het gebrek aan vernieuwing door heel veel emotie in zijn songs te leggen. Ledges doet ook mij zoals gezegd wel wat denken aan de muziek van Ryan Adams en dan met name aan de man’s briljante debuut Heartbreaker. Vergeleken met Ryan Adams moet Noah Gundersen het doen met een aanmerkelijk bescheidener budget, maar de eenvoud is misschien wel de grote kracht van Ledges. Ik heb persoonlijk een voorkeur voor de songs met flink wat dynamiek, maar ook als de songs van de Amerikaan wat rustiger voortkabbelen houdt hij de aandacht moeiteloos vast en hoor ik opeens wel wat van Damien Rice in zijn muziek. Ik heb Ledges inmiddels heel vaak beluisterd en twijfel al lang niet meer over mijn oordeel. Ledges is met name door de eenvoud en de emotie met gemak één van de beste rootsplaten van het moment. Dat hebben we in Nederland tot dusver nog niet door, maar dat is een kwestie van tijd. Let maar op. Erwin Zijleman
donderdag 24 juli 2014
cd - Sun Kil Moon - Benji
Sun Kil Moon - Benji
Bron: Krenten uit de Pop Zaterdag 14 Februari 2014
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Mark Kozelek dateert uit het jaar 2000 toen zijn solodebuut Rock ‘N Roll Singer verscheen. Het solodebuut van de Amerikaanse muzikant trok vooral aandacht via de bijna verstilde covers van een aantal AC/DC songs. Ik was er zo van onder de indruk dat ik op zoek ging naar de rest van het werk van Mark Kozelek, wat me uiteraard op het spoor bracht van het fraaie oeuvre van Red House Painters; de band uit San Francisco die tussen 1992 en 1996 vijf briljante platen uitbracht (Down Colorful Hill, Red House Painters I, Red House Painters II, Ocean Beach en Songs For A Blue Guitar) en in 2001 nog één keer terugkeerde met het minstens even fraaie Old Ramon. Mark Kozelek leverde in datzelfde jaar (2001) een nog veel betere soloplaat af (What's Next To The Moon) en heeft inmiddels een flink aantal soloplaten op zijn naam staan. Hiernaast formeerde hij in 2003 de band Sun Kil Moon, die met name in haar beginjaren garant stond voor platen van een bijna onwerkelijke schoonheid (Ghosts of the Great Highway, Tiny Cities, April). Toch wel enigszins tot mijn verbazing wist geen van de platen van Mark Kozelek of Sun Kil Moon de afgelopen jaren een plekje op de krenten uit de pop te veroveren, maar werden beiden wel flink wat keren genoemd als inspiratiebron of vergelijkingsmateriaal. De platen van Kozelek zelf waren mooi, maar op één of andere manier had ik het wel gehoord. Het is een opmerking die terugkomt in meerdere recensies van de nieuwe plaat van Sun Kil Moon, maar het onlangs verschenen Benji heeft mij juist weer wel te pakken. Benji is een type Mark Kozelek of Sun Kil Moon plaat. Ook op Benji grossiert Kozelek in uiterst spaarzaam gearrangeerde songs (vaak volstaat wat getokkel op zijn akoestische gitaar, maar er kan ook opeens een saxofoon of een drumpartij opduiken), waarin zijn wat getergde stemgeluid de hoofdrol speelt, hier en daar bijgestaan door vanuit de diepte opduikende achtergrondzang (van onder andere Will Oldham en Steve Shelley). De wat sombere ondertoon van de muziek van Mark Kozelek is dit keer direct en zeer indringend. Op Benji neemt Mark Kozelek je mee terug naar zijn jeugd in Ohio en dit is een jeugd met pieken en dalen, waarin seks, muziek en de dood centraal staan. Kozelek is nog altijd een meester in het maken van bijna verstilde songs, maar zo indringend als op Benji waren ze nog niet vaak. Zeker wanneer Kozelek de minder mooie herinneringen uit zijn jeugd ophaalt grijpt Benji je genadeloos bij de strot, maar ook zijn eerste liefdes en seksuele escapades bezingt Mark Kozelek zoals alleen hij dat kan. En alsof er al niet genoeg leed is sleept Kozelek er ook nog wat seriemoordenaars bij. Benji leek bij eerste beluistering nog vooral een herhalingsoefening, maar bij de tweede keer was de plaat me al net zo dierbaar als de eerste platen van Kozelek en Sun Kil Moon, die inmiddels al weer meer dan tien jaar geleden verschenen. De muziek van Mark Kozelek balanceert de afgelopen 15 jaar vrijwel continu op het randje. Soms is het me allemaal net te deprimerend waardoor ik de plaat maar in de kast laat, maar zo af en toe klinkt het ook net wat te lichtvoetig, waardoor de muziek van Kozelek een belangrijk deel van zijn kracht verlies. Benji schiet niet door naar één van beide kanten, maar is in alle opzichten raak. Mark Kozelek maakte de afgelopen tien jaar meerdere goede platen, maar ze raakten me geen van allen diep. Benji doet dat wel. En hoe. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
dinsdag 8 juli 2014
Cd - The War On Drugs - Lost In The Dream
The War on Drugs - Lost in Dream
Bron: krenten uit de Pop Donderdag 14 Maart 2014
Voor het laatste wapenfeit van The War On Drugs moesten we tot voor kort terug naar 2011, toen het geweldige Slave Ambient verscheen. Slave Ambient was destijds de eerste plaat van de band zonder Kurt Vile, die inmiddels zeer succesvol is als soloartiest. Ondanks het ontbreken van Kurt Vile was Slave Ambient een uitstekende plaat en ook met opvolger Lost In The Dream blijkt helemaal niets mis. Sterker nog, op Lost In The Dream stijgt The War On Drugs ver boven het niveau van Slave Ambient uit en heeft het een monumentale plaat afgeleverd, die ook de vergelijking met het werk van Kurt Vile met gemak kan doorstaan. Het is een plaat die niet makkelijk is te classificeren. Dat gold ook al voor Slave Ambient, dat ik in eerste instantie omschreef als ‘de folk van Dylan opgepept met de power van Springsteen’, maar waarvoor uiteindelijk ook uiteenlopende namen als Wilco, U2, The Arcade Fire, My Bloody Valentine, Tom Petty, Yo La Tengo, Spacemen 3 en The Verve uit de hoge hoed moesten komen. Lost In The Dream voegt nog heel wat namen toe aan de al nauwelijks te behappen lijst die werd samengesteld voor zijn voorganger. In de openingstrack duikt het latere werk van Roxy Music op, al wordt het laagje polijst in de ruim 8 minuten dat de track duurt steeds dunner. In de tweede track laat Springsteen zich begeleiden door The Cure en zo is er voor iedere track op de plaat wel een nauwelijks te plaatsen vergelijking te vinden. Ik ga in de rest van deze recensie dan ook geen namen meer noemen, want uiteindelijk past er maar één naam bij de prachtige muziek op Lost In The Dream: The War On Drugs. Lost In The Dream is een smeltkroes waarin een aantal decennia rockmuziek worden gecombineerd tot een veelkleurig geluid, dat zowel zeer toegankelijk als experimenteel kan klinken. Met name de langere tracks op de plaat zitten vol dynamiek en werken steeds weer fraai naar een climax toe, maar ook als The War On Drugs kiest voor een meer ingetogen geluid overtuigt het makkelijk. Lost In The Dream ontleent een deel van haart kracht aan het prachtige geluid op de plaat. De muziek van The War On Drugs bestaat uit vele lagen, maar klinkt altijd helder en open, waarbij vooral het geweldige gitaarwerk veel aandacht trekt. Lost In The Dream is een plaat met heel veel aanknopingspunten, maar het is ook een plaat met talloze losse eindjes die je zo snel mogelijk wilt ontrafelen. Met name met de koptelefoon is Lost In The Dream een waar kunststukje, maar ook als de plaat vroeg in de ochtend of laat in de avond uit de speakers komt, kun je je geluk niet op. Er zijn op het moment talloze bands die aan de haal gaan met alle mooie invloeden uit het rijke verleden van de rockmuziek, maar er zijn er niet veel die de inmiddels bekende ingrediënten combineren tot een geheel nieuw recept. Lost In The Dream van The War On Drugs is aan de ene kant een warm bad dat rust en ontspanning geeft, maar het is ook een plaat die de fantasieradartjes op volle toeren laat draaien. Een jaarlijstjesplaat is al door velen geroepen. Ik kan er niets anders van maken. Erwin Zijleman
zaterdag 30 november 2013
cd Billy Joe & Norah - Foreverly
cd Billy Joe & Norah - Foreverly
Aandacht voor een uitzonderlijk samenwerkingsverband in de muziek. Billie Joe Armstrong, in het dagelijkse leven frontman van Green Day en Norah Jones.Hij vult met Green Day volle stadions en speelt op grote rockfestivals en zij treedt het liefst op in knusse theaters. Norah Jones, de ideale schoondochter, en Billie Joe, zat recent nog in een afkickcentrum. Twee tegenpolen! Dus hoe kan het dat deze twee "vreemden van elkaar in de muziek" elkaar hebben gevonden?
Wat hen wel bindt zijn The Everly Brothers, en meer specifiek de in '58 verschenen plaat 'Songs Our Daddy Taught Us', een elpee met traditionals uit de rijke Amerikaanse geschiedenis. Hij speelde al langer met het idee van deze plaat te coveren. Hoe de twee elkaar gevonden hebben weet ik niet, maar de twee hokten eerder dit jaar negen dagen samen in een opnamestudio in Manhattan, en namen er - in de geest van toen - hun eigen versie op van de plaat.
'Foreverly' is een ontroerend eenvoudige plaat geworden. Foreverly' is niet hip of modern, maar wel ontwapenend, tijdloos én charmant. De samenzang is geweldig en de stemmen passen verbluffend goed bij elkaar. Luister naar het eerste nummer van de plaat (Roving Gambler) en je voelt je net of je terug in de tijd gaat. En dat drie kwartier lang. De plaat ademt die sfeer uit de tijd ook uit. En de titel van het album is natuurlijk duidelijk en gevat: Foreverly!!!
,
zaterdag 16 november 2013
cd Cam Penner - To Build a Fire
Cam Penner - To Build a Fire
Aandacht voor een album dat al eind 2012 uitkwam. En nu pas mijn aandacht krijgt door een aankondiging op Facebook dat deze Canadees voor een korte tour deze maand (November) naar Nederland komt. Jammer dat het album niet eerder opgepikt is want je loopt nu de kans het niet te weten waarom je binnenkort naar één van de optredens moet gaan.
Wie is Cam Penner?
(Quote van de site van zijn platenmaatschappij in Nederland Luckydice)
Cam Penner groeide op in een Mennonieten gemeente in Manitoba, Canada waar zijn ouders, de dorpsrebels een illegale kroeg runden en zijn opa stiekem drank stookte van zijn eigen frambozen, een remedie die men daar hard nodig had op het conservatieve platteland. Zijn jeugd bracht Cam door in kleine dorpjes in Manitoba en Saskatchewan. Hij luisterde er graag naar de verhalen van de mensen van de straat. Zijn ouders waren erg arm maar dat weerhield hen er niet van om het weinige wat ze hadden toch nog te delen met mensen om zich heen die het nog slechter hadden. Op zijn 19e vertrok Cam naar Chicago waar hij een gaarkeuken runde en werkte in een tehuis voor vrouwen. Dit werk wakkerde zijn passie voor sociaal werk aan en bij terugkomst in Canada werkte hij nog eens 13 jaar in de daklozenopvang. In dit werk vond Penner ook de inspiratie als singer-songwriter.
Ik zag zijn naam dus voorbijkomen in de groep America Liefhebbers op Facebook. Dus zijn album gevonden op Spotify en je wordt meteen met de instrumentale opener Mighty Damn Animator (So Long, Farewell) op het verkeerde been gezet. Is dit America is dit roots muziek? Het nummer opent met blazers en klinkt als een brassband en na een aantal minuten gaat het nummer in electronic met veel synths en drumcomputers. Cam Penner maakt graag gebruik van elementen uit andere genres.
Heel anders dan de opener is de titeltrack To Build A Fire; bouwt langzaam op naar een mooie climax met een schelle elektrische gitaar.This Could Be Your Anthem klinkt dan weer meer naar de standaard americana, is een folky, sober nummer. Mooi is het banjospel, de slidegitaar en de folky samenzang op het einde. Rivers Forgotten begint als een sobere ballad. En het nummer No Consequence.is psychedelisch met veel electrische gitaar.
Memphis, is weer compleet anders. Door het ritme, door de gebruikte samples. Penner laat horen dat binnen het genre americana heel veel mogelijk is, door weer gebruik te maken van elementen uit andere genres. En dat het dan nog prachtig kan klinken ook!
Maar die invloeden van andere elementen zijn niet altijd noodzakelijk, luister maar eens naar Curiosity. Dat neigt namelijk weer veel meer naar de traditionele country/folk. Een ander meesterwerkje is het heupwiegende House Of Liars en met Whisky Lips krijgt het album een mooi ingetogen einde.
Hij treedt op samen met zijn vaste begeleider John Wood.En zijn cd is bij luckydice te bestellen voor maar 9.90 euro link: lucky dice cd To Build A Fire
Speeldata:
21-11-2013: Coco Maria, Veenhuizen22-11-2013: WV-HEDW, Amsterdam
23-11-2013: Landgoed Thedingsweert, Tiel
24-11-2013: Café de Stad, Utrecht
25-11-2013: Nix & Meer, Enschede
Tracklijst: To Build A Fire:
- Mighty Damn Animator (So Long, Farewell)
- To Build A Fire
- This Could Be Your Anthem
- Rivers Forgotten
- No Consequence
- Memphis
- Curiosity
- Gasoline Summers
- House Of Liars
- Whiskey Lips
vrijdag 1 november 2013
cd Arcade Fire - Reflektor
cd Arcade Fire - Reflektor
Want nu dit vierde album uit is lees ik in de media hoe de spanning is gebouwd naar het moment dat het zou verschijnen. Grote geheimhouding en af en toe werd er een tipje van de sluier opgelicht. Een grote mediahype lag eraan ten grondslag en iedereen (fans en critici keken hiernaar uit)
Maar goed, het album is er nu. Een mooie afbeelding van Orpheus en Eurydice, uitgevoerd door beeldbouwer Rodin, een dubbelaar met 75 minuten muziek bestaande uit lange nummers.
Ik ken de band sinds hun eerste album Funeral uit 2004 en de daarop volgende platen Neon Bible (2007) en The Suburbs (2010). Staan allen te pronken in mijn platenkast.
Ik heb het album op mijn afspeellijst van Spotify staan en sinds afgelopen dagen al diverse malen beluisterd. Pas één keer helemaal, voor de rest losse nummers of stukken van nummers. Mijn eerste indruk? Wat komt er hoeveelheid geluid op je af waar je de eerste keer absoluut geen raad mee weet. Teveel indrukken en komt over als erg druk. Maarrrrr ... na een paar luisterbeurten beginnen sommige stukken toch op zijn plek te vallen.
De plaat is meer dansbaar dan zijn voorgangers (met name door de invloed van producer James Murphy van wijlen groep LCD Soundsystem). Veel invloeden uit de jaren 80 (Bowie, die een gastrol op het titelnummer heeft, en Talking Heads). Ja zelfs is er leentje buur bij Michael Jackson geweest (luister maar eens naar het 2de nummer We Exist waar de beat van Billie Jean duidelijk te horen is).
Dit is echt een plaat die tijd nodig heeft. Maar na meerdere draaibeurten komen de nummers pas toch zijn/haar recht. Geef het een kans en je zult verbaasd zijn.
Een album dat in vele jaarlijstjes hoog zal eindigen. Prachtig.
PS ik heb zojuist de cd besteld :-)
woensdag 23 oktober 2013
cd Steve Gunn - Time Off
cd Steve Gunn - Time Off
Ik ben dit jaar weer wat meer met muziek bezig dan de voorbije jaren. Maar dan anders.
Ik zoek nu mijn inspiratie voor muziek vanuit een andere invalshoek. Was voorheen muziekblad OOR en radio (lees studio Brussel) de handvaten voor goede muziek, nu zoek ik meer vanuit de minder bekende muziekhoek. Bladen als Muziek Magazine & Heaven, blogspot Krenten uit de Pop, de site Kicking the Habbitt en Sounds Venlo zijn nu mijn bronnen waar ik "nieuwe muziek"opdoe.
En wat is dan mooier dan deze muziek eerst eens te beluisteren op Spotify!!
Daar luister ik dan met enige regelmaat de muziek en als deze na verloop van tijd blijft hangen dan kan het resulteren in een aankoop van een cd.
Dus ik meen in juni dit jaar kwam de cd Time Off van Steve Gunn voorbij als cd van de week bij Sounds Venlo. Ik had het album even snel op Spotify beluisterd en niet meteen iets van nou dat is de moeite waard, maar toch maar een speellijst van gemaakt. Er was iets van mhhh nog niet aan de kant schuiven. Een aantal maanden later was ik mijn speellijsten op Spotify aan het doorkijken en klikte Steve Gunn weer even aan en was benieuwd wat hoe het ook weer klonk. Nou ik ben verkocht! Dat gitaarspel..... Het is psychedelisch, jaren 60, blues, Afrikaans, dat herken ik erin terug. Dus natuurlijk eens gegoogled op hem (op Nederlandse geschreven sites) maar daar vind haast niets over hem.
Hij is in New York geboren en is al 15 jaar actief bezig (onder andere met Kurt Vile) Speelt vaak solo en in die jaren diverse albums in verschillende samenstellingen uitgebracht.En nu dus heeft hij een album opgenomen met John Truscinski op drums en Justin Tripp op bass. Het zijn maar 6 nummers die wel varieren tussen de vijf en ruim acht minuten.Hij treedt nu op in Europa (deze week in Nederland en Belgie (Brussel en gent). Zijn shows kunnen solo zijn of met een band. Dit wisselt hij af.
Ik zou zeggen luister naar dit album en geef het een kans. Op een gegeven moment pakt het je en je bent verkocht. Ga luisteren en je bent uiteindelijk - hopelijk - net als ik overdonderd. Het wordt tijd dat deze muzikant wat bekender wordt in de media! Spread the word spread the news!!!
Zijn site: http://steve-gunn.com
Hieronder een muziekfragment van zijn laatste album en daaronder een 20 minuten miniconcert opgenomen door de NPR September dit jaar.
zaterdag 19 oktober 2013
cd Agnes Obel
cd Agnes Obel
Bijna drie jaar geleden verscheen Philharmonics, het debuut van de op dat moment nog volslagen onbekende Deense muzikante Agnes Obel. Philharmonics zou snel uitgroeien tot één van de grote verrassingen van 2010 en was voor menig muziekliefhebber de soundtrack van een natte herfst en koude winter (dat de recensie van de plaat nog steeds in de top 10 aller tijden van deze BLOG staat zegt ook wel wat). Door het succes van Philharmonics heeft de tweede plaat van Agnes Obel betrekkelijk lang op zich laten wachten, maar eindelijk wordt het lange wachten beloond. In de geschiedenis van de popmuziek hebben al heel veel muzikanten zich na een verrassend succesvol debuut verslikt in de lastige tweede plaat. Een deel doet dit door dit debuut fantasieloos te kopiëren, een ander deel door juist krampachtig op zoek te gaan naar een nieuw of ander geluid. Agnes Obel behoort zeker niet tot de laatste categorie, want Aventine ligt in het verlengde van Philharmonics. Dat betekent dat we ook dit keer worden getrakteerd op prachtige, stemmige, vaak wat klassiek aandoende popliedjes waarin de piano en strijkers (cello en viool) domineren en worden gecombineerd met de prachtige vocalen van Agnes Obel. Ook Aventine is een typische herfstplaat met klanken die bijna schreeuwen om kou, regen en natuurlijk een haardvuur. Aventine slaat misschien niet direct nieuwe wegen in, maar het is zeker geen plaat die fantasieloos voortborduurt op het debuut van drie jaar geleden. Vergeleken met Philharmonics is Aventine nog net wat intenser, donkerder en gevarieerder en persoonlijk vind ik ook de songs en de vocalen op de nieuwe plaat net wat beter dan op het al zo goede debuut. Waar de strijkers op Philharmonics nog vooral tweede viool speelden, komen ze op Aventine wat meer aan de oppervlakte, wat de plaat wat meer spanning en dynamiek geeft. Spanning en dynamiek die zelfs overeind blijven in de instrumentale tracks op de plaat. Met name de cellopartijen op de plaat zijn prachtig en voorzien het wederom prachtige pianospel en de betoverende zang van Agnes Obel van nog meer kleur en diepte. Aventine is uiteindelijk het warme bad waar ik op gehoopt had, maar het is ook een beeldende plaat die net wat andere beelden op het netvlies tovert dan Philharmonics drie jaar geleden deed en alle geheimen maar mondjesmaat prijs geeft. Een deel van de critici zal het waarschijnlijk een zwaktebod vinden dat Agnes Obel na Philharmonics geen wezenlijk andere plaat heeft gemaakt, maar na herhaalde beluistering zie ik geen enkele reden tot klagen. Agnes Obel heeft met Aventine een plaat gemaakt die doet verlangen naar de donkere seizoenen. Dat de eerste nachtvorst zich juist in het weekend na de release van Aventine aandient kan dan ook geen toeval zijn. Snel wat hout in die haard en genieten maar. Van het vuur, maar vooral van Aventine van Agnes Obel. Erwin Zijleman
cd Jonathan Wilson - Fanfare
cd Jonathan Wilson - Fanfare
Jonathan Wilson mislukte in eerste instantie als singer-songwriter, maar bleek uiteindelijk zeer succesvol als sessiemuzikant en producer. Twee jaar geleden deed Wilson nog één ultieme poging om als singer songwriter aan de bak te komen, wat in de vorm van Gentle Spirit een heuse jaarlijstjesplaat opleverde. Gentle Spirit liet zich beluisteren als één groot eerbetoon aan de muziek die in de vroege jaren 70 in de Laurel Canyon aan de rand van Los Angeles werd gemaakt. Daarmee was Jonathan Wilson zeker niet uniek, maar in tegenstelling tot zijn vele soortgenoten slaagde Wilson er wel in om muziek te maken die na al het moois uit de rijke historie van het genre niet achterhaald en overbodig klonk. Door gebruik te maken van antieke opnameapparatuur klonk Gentle Spirit als een psychedelisch singer-songwriter meesterwerk uit vervlogen tijden; in eerste instantie vooral geschikt voor een trip down Memory Lane, maar uiteindelijk één van de onbetwiste hoogtepunten van het mooie muziekjaar 2011. Voor Gentle Spirit wist Jonathan Wilson flink wat muzikanten van naam en faam te strikken en dat is hem ook voor de opvolger van de plaat gelukt. Fanfare bevat gastbijdragen van onder andere Jackson Browne, Graham Nash en David Crosby. Dat suggereert dat ook Fanfare weer naadloos aansluit op de muziek uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon scene, maar dat is maar ten dele het geval. Jonathan Wilson bestrijkt dit keer een net iets bredere periode en staat bovendien open voor meer invloeden. De jaren 70 staan nog altijd centraal op Fanfare, maar naast invloeden uit de Laurel Canyon en heel veel psychedelica horen we dit keer ook Westcoast pop, invloeden van een aantal grote singer-songwriters uit de jaren 70 (Bob Dylan, John Lennon, Neil Young), Beatlesque invloeden en zelfs flarden uit de funk, jazz en progrock. Fanfare is net als Gentle Spirit een opvallend lange plaat. De klok stop ook dit keer pas na een kleine twee uur muziek en net als op Gentle Spirit is het muziek van grote schoonheid. Fanfare is, net als zijn voorganger, geen plaat die je onmiddellijk kunt doorgronden. Jonathan Wilson is geen muzikant die eindeloos schaaft aan zijn songs en deze vervolgens pas opneemt wanneer ieder detail is uitgewerkt. Een aantal songs op Fanfare lijkt pas op het moment van de opname vorm te krijgen, waardoor het je niet eens zou verbazen ze bij hernieuwde beluistering van de plaat opeens totaal anders zouden klinken. De meeste tracks op de plaat zijn lang (6 minuten of meer), maar van verveling is geen sprake. Waar het beluisteren van Gentle Spirit hooguit een handvol namen opleverde, is het aantal hoorbare invloeden nu niet meer op de vingers van twee handen bij te houden. Neil Young, Crosby, Stills & Nash en vooral Pink Floyd zullen het meest genoemd worden, maar hier kunnen talloze smaakmakers uit de 70s aan worden toegevoegd, wat van de beluistering van Fanfare een even aangename als fascinerende luistertrip maakt. Vergeleken met het debuut kiest Jonathan Wilson dit keer voor een rijker georkestreerd geluid waarin piano en strijkers de gitaren zo nu en dan naar de achtergrond dringen, maar een aantal songs ligt zeker in het verlengde van die op Gentle Spirit. Ik heb Fanfare nu een paar keer gehoord en blijf maar nieuwe dingen horen. Een ding weet ik na die paar keer horen al zeker: Fanfare is één van de hoogtepunten van het muziekjaar 2013. Het predicaat meesterwerk durf ik inmiddels al wel uit de kast te halen, maar Fanfare is nog niet uitgegroeid. Nog lang niet. Erwin Zijleman
cd Ry Cooder & Corridos Famosos - Live In San Francisco
cd Ry Cooder & Corridos Famosos - Live In San Francisco
Bron: Nu.nl 12 september 2013
Spontaniteit
De muzikale precisie van Ry Cooder in de studio maakt op de bühne plaats voor spontaniteit, humor en gezelligheid. De cover van Sam The Shams Wooly Bully is bijzonder feestelijk en Snooky Youngs Why Don’t You Try Me doet met zijn bruisende kopersectie denken aan het werk van Springsteen voor Southside Johnny.
Cooder en consorten leggen minstens evenveel plezier in de zelfgeschreven stukken, zoals het lang uitgesponnen, sarcastische bluesrocknummer Lord Tell Me Why en de texmexwals El Corrido De Jesse James. Een aangenaam kabbelende versie van Leadbelly’s Goodnight Irene bevestigt Ry Cooders status als stergitarist.
donderdag 3 oktober 2013
cd Mazzy Star - Seasons Of Your Day
Mazzy Star - Seasons Of Your Day
17 jaar hebben we moeten wachten op de vierde plaat van Mazzy Star. De groep van zangeres Hope Sandoval en gitarist David Roback. Samen kleurden ze de vroege jaren negentig in met dromerige bluesy songs die we eufemistisch als melancholie on the rocks kan omschreven worden. Een sfeer die je uit duizenden herkent en die aandoet als een broeierige najaarsdag.
De jaren tachtig en negentig
Mazzy Star had haar wortels in de gitaarrockbands van de jaren tachtig. David Roback speelde bij het fantastische Rain Parade (één van de beste psychedelische bands ooit) en later ook bij Opal. Maar in 1990 verscheen er dan een eerste plaat van Mazzy Star en ontpopte de groep zich als één van de meest intrigerende bands van de alternatieve scene.
In 1996 was het echter uit met de – euh - pret en begon Hope Sandoval aan een erratische solocarrière, terwijl Roback haast volledig van de radar verdween. Pas vorig jaar kwam de band weer terug samen.
Weemoedige hitte
Seasons of your Day begint met ‘In The Kingdom’. Eerst hoor je een orgeltje, dan de slidegitaar van Roback en na 47 seconden de onwezenlijke stem van Hope Sandoval. Erop volgt het spookachtige ‘California’, terwijl uit ‘I’ve Gotta Stop’ een weemoedige hitte opkringelt.
Meteen weet je dat de magie nog volledig intact is. De songs die erop volgen, vergroten de betovering alleen maar. Ze genieten - dankzij Sandovals stem - allemaal de tristesse van een goed countrynummer, maar tegelijk bezitten ze de ruggengraat van een heerlijk slome rockband.
Geen zwakke song te bespeuren
Het lijkt wel alsof de tijd is blijven stilstaan in die twee decennia. Dat komt deels doordat al de originele leden van de band hier meedoen, naast Colm O'Ciosoig (My Bloody Valentine, ook lid van Hope Sandoval & The Warm Inventions), terwijl wijlen folklegende Bert Jansch hier op het oosterse ‘Spoon’ te horen valt.
Deze plaat laat zich best in haar geheel beluisteren, maar tegelijk kunnen we hier geen zwakke songs ontdekken. De ideale soundtrack voor een desolaat landschap, goed voor veel mijmerende uurtjes en tegelijk begiftigd met een ontzaglijke schoonheid.
Koen De Meester
dinsdag 3 september 2013
cd Guy Clark - my favourite picture of you
Guy Clark - my favourite picture of you
Bron: Writteninmusic 21 juli 2013Vier jaar na het album Somedays The Song Writes You komt Guy Clark met My Favorite Picture Of You. Een albumtitel die geen vragen oproept als je weet dat vorig jaar zijn vrouw Susanna overleed, nadat de twee ruim 40 jaar getrouwd waren. Ongeveer net zo lang duurt de carrière van de in Texas geboren country-artiest inmiddels al. Een carrière die begon in de jaren ’70 toen hij samen met anderen de ‘progressive country’ op de kaart zette.
In de jaren die volgden maakte hij bijna 20 albums en werden zijn songs gecoverd door grote namen als Johnny Cash, The Highwaymen, John Denver, David Allan Coe, Vince Gill en Ricky Skaggs. Clark werd gaandeweg de mentor van muzikanten als Steve Earle en Rodney Crowell en nog altijd wordt zijn naam vaak in één adem genoemd met singer-songwriters als John Prine en Townes Van Zandt (met wie hij ook bevriend was).
Dit nieuwe album telt in totaal 11 nummers, waarvan Clark er 10 zelf schreef. Dat 11e nummer is My Waltzing Fool, een cover van Lyle Lovett. Het titelnummer is ronduit prachtig: muzikaal, tekstueel en vooral emotioneel. De manier waarop Clark zijn favoriete foto van zijn overleden vrouw bezingt (zie ook hieronder) is ontroerend mooi:
“My favourite picture of you
Is the one where it hasn’t rained yet
As I recall there came a winter squall
And we got soakin’ wet
A thousands words in the blink of an eye
The camera loves you and so do I
Click
My favourite picture of you
Is the one where you’re starin’ straight into the lens”
Gelukkig blijft het niet bij dit ene nummer, ook de rest van het album is erg de moeite waard. Je hoort veel klassieke country-thema’s voorbij komen, de manier waarop Clark die invult is erg persoonlijk én erg prachtig. Aan zang heeft hij wel duidelijk ingeboet. Aan de andere kant, dat is natuurlijk ook niet gek voor iemand die in november 72 jaar wordt. Het geeft het album zelfs een Rick Rubin-achtige sfeer: Clark klinkt puurder en oprechter dan ooit tevoren. Daarnaast wordt de zang ook nog eens mooi aangevuld door de harmony vocals van bassiste/celliste Bryn Davies en Morgane Stapleton. En nóg belangrijker, het album is tekstueel en muzikaal van zo’n niveau dat duidelijk is dat Guy Clark nog altijd aan de top van zijn genre staat.
Van zijn lichting zijn helaas niet meer zo veel helden in leven. Een goede reden om Guy Clark te koesteren. Een andere reden is dat hij nog altijd geweldige muziek maakt. Dat heeft hij bewezen met het prachtige My Favorite Picture Of You.
Tracklisting My Favorite Picture Of You:
- Cornmeal Waltz
- My Favorite Picture Of You
- Hell Bent On A Heartache
- El Coyote
- Heroes
- Rain In Durango
- Good Advice
- The Death Of Sis Draper
- The Waltzing Fool
- The High Price Of Inspiration
- I’ll Show Me
donderdag 29 augustus 2013
cd Iron and Wine - Ghost on Ghost
Iron and Wine - Ghost on Ghost
Maar wie zich openstelt voor Beam's zorgeloze en zonnige popliedjes met voller bandgeluid ontdekt op de plaat weer een hele hoop pracht. Met het opvallendst: Iron and Wine's invloeden uit jazz en soul, zoals overduidelijk is te horen op bijvoorbeeld The Desert Babbler, met zoete soulvolle koortjes tegen een achtergrond van licht swingende drums. Tekstueel wisselt Beam tussen romantische en absurde teksten, waarbij je zinnen opvangt als “It's New Year’s Eve/And California's gonna kill you soon” of “Back home the kitchen's warm with Christmas wine/And every girl has got an axe to grind”. De swingende ritmes keren terug op Graces For Saints And Ramblers met rustige orgelpartijtjes, vrolijke handclaps en zoete koortjes, maar het duidelijkste voorbeeld van die invloeden is nog wel de pure jazzpop van Lover’s Revolution; koeltjes uitgevoerd alsof de band in een rokerig jazzcafé staat te spelen.
Beam gaf toe dat hij het gevoel had dat zijn laatste twee albums een bepaalde ‘anxious tension’ bevatten die hij op Ghost On Ghost probeerde te ontlopen. En dat is te horen: op zo’n beetje elk moment klinkt de plaat vooral heel relaxt, warm en open-minded, waarbij de band zich duidelijk geen restricties oplegde. Op opener Caught in the Briars verwerkt de band bijvoorbeeld speelse, inventieve percussieritmes in de muziek, terwijl qua arrangementen blijkbaar goed is geluisterd naar Sufjan Stevens. Joy is met zijn intieme huiskamerfolk inclusief contrabas inderdaad een genot en Grass Windows begint klein, maar wordt uitbundig wanneer close harmony-koren en orgelsolo’s hun intrede doen.
Zoals gezegd: een hoop moois om te ontdekken binnen deze muzikale rijkdom, waarbij je kunt inbrengen dat Ghost On Ghost soms wat aan de zoete en gelikte kant is. Maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe als blijkt dat Beam’s liedjes ook op deze plaat tot op het eind stuk voor stuk even goed zijn. Luister bijvoorbeeld het indringende, akoestische Winter Prayers in mineur en de verwarmende country met slide guitars op afsluiter Baby Center Stage. Dat ene gezegde uit de inleiding hoeft dus niet altijd op te gaan. Terwijl gezegd moet worden: zó’n groot muzikaal verschil is er nu ook weer net ten opzichte van de vorige platen; meer een uitbreiding op het geluid van de band.
Als Beam op afsluiter Baby Center Stage met een prachtig zanglijntje nog eens flink de hoogte in gaat, lijkt het alsof hij wil benadrukken dat Iron and Wine hier grootser en ambitieuzer is. Daarmee is Ghost On Ghost een zeer fraai gearrangeerde en tegelijkertijd heerlijk ongedwongen plaat. En waarschijnlijk ook nog eens de meest toegankelijke in de discografie. Met als constante de prachtliedjes die Beam nog altijd produceert.
Abonneren op:
Posts (Atom)











.jpg)









